Get Adobe Flash player


 

 

Van pupil O9 naar O11

…en nu?

 

INHOUDSOPGAVE

1 Voorwoord

2 Het speelveld

3 Voetbaltermen

3.1 Algemeen

3.2 Echte voetbaltermen

4 Spelregel wijzigingen

4.1 Algemeen

4.2 Wat zijn de wijzigingen?

5 Buitenspel

5.1 Grondregel buitenspel

5.2 Strafbaar en niet-strafbaar buitenspel

6 Belangrijke punten voor goed voetbal

7 Slotwoord

8 BRONNEN


1 Voorwoord

Beste voetballer,

Dit is een uitleg met de titel “Van pupil O9 naar O11… en nu?” Als je dat wilt weten, dan moet je deze uitleg eigenlijk eerst maar eens doorlezen. Er verandert namelijk nogal wat als je van de O9-pupillen naar de O11-pupillen gaat en daarom leek het ons handig om deze uitleg te geven. Hierin vertellen we alvast een aantal dingen van wat er zoal verandert bij de O11-pupillen.

Wat dacht je bijvoorbeeld van een klein naar een groot veld, nieuwe spelregels, een team van 11 spelers in plaats van 7 spelers, buitenspel enz. Nu moet je niet denken dat als je deze uitleg hebt gelezen, je ook alles al meteen weet. Wel nee, maar we hopen wel dat je een beetje een idee krijgt van wat er zo allemaal bij komt kijken in de O11-pupillen. Voetbal doe je namelijk niet alleen maar met je voeten, maar ook met je hoofd. En dan bedoelen we niet om te koppen, maar ook dat je soms een beetje moet nadenken bij het voetballen. Je moet namelijk best het een en andere weten en soms ook goed nadenken om goed te kunnen voetballen.

Maar het allerbelangrijkste blijft natuurlijk wat je allemaal met die bal kunt doen. Dat kun je natuurlijk allemaal op de training oefenen, maar ook bij jezelf op de straat of op het veldje in de buurt kun je al heel veel aan je techniek doen door gewoon een bal te pakken en lekker te gaan ballen. Ga maar eens balletje hoog houden, scharen oefenen, kappen, tegen een muurtje schieten etc. Maar ook regelmatig met je vriendjes gewoon lekker een partijtje voetbal spelen helpt al enorm. Veel goede topvoetballers hebben het voetballen op straat geleerd en dat is en blijft natuurlijk een hele goede leerschool.

Enne… laat je papa en/of mama ook maar alvast wat lezen. Dat is handig voor als ze straks langs de kant staan en ze horen dan je coach bijvoorbeeld roepen dat je moet "knijpen". Dan snappen ze hopelijk wat er bedoeld wordt en hoeven ze niet boos te worden! We hopen dat je wat aan deze uitleg hebt en dat een aantal dingen, die je misschien nog niet wist, dan wat duidelijker zijn geworden!

We wensen je heel veel leesplezier en hopelijk heb je er wat aan!

De jeugdvoorzitter van Marvilde


2 Het speelveld

De KNVB geeft aan:

  • dat de lengte van het voetbalveld maximaal 105 en minimaal 100 meter moet zijn.
  • dat de breedte van het voetbalveld maximaal 69 en minimaal 64 meter moet zijn.
  • dat de doelen 7 meter en 32 centimeter breed moeten zijn en 2 meter 44 centimeter hoog moeten zijn. Ze staan op het midden van de doellijnen.
  • dat de afmetingen van het doelgebied 18,32 meter bij 5,50 meter moeten zijn.
  • dat de afmetingen van het strafschopgebied 40,32 meter bij 16,5 meter moeten zijn.
    De lijn die het strafschopgebied begrenst en evenwijdig aan de doellijn loopt, wordt ook wel de 16-meterlijn genoemd.
  • dat het strafschoppunt (we noemen dit ook wel de penaltystip) zich op een afstand van 11 meter van de doellijn bevindt.

  • dat de straal van de middencirkel 9,15 meter bedraagt
  • dat de 4 hoekschopgebieden elk een straal van 1 meter (100 cm) hebben. Op de hoekpunten staat een hoekvlaggenstok met vlag die boven de grond niet korter dan 1,50 meter mag zijn en niet in een punt mag eindigen. Tijdens de wedstrijd moeten deze vlaggen op hun plaats blijven staan.

Let op! Dit is allemaal uit het spelregelboek van de KNVB gehaald en misschien staan er nog een beetje moeilijke woorden in zoals bijvoorbeeld “een straal van een meter” en “evenwijdig”. Als je het niet begrijpt vraag je het gewoon eventjes aan je vader of moeder of aan de juffrouw of meester op school. Zo zie je maar dat je als je wilt voetballen je eigenlijk ook best wel moet opletten op school want anders snap je niks van de voetbalregels.


3 Voetbaltermen

 

3.1 Algemeen

Voetbaltermen? Wat is dat nou weer voor iets? Nou met een ander woord kun je ook spreken over voetbaltaal. In het voetbal worden namelijk nogal eens dingen geroepen die niet iedereen begrijpt. In het voetbal hebben we namelijk een eigen taaltje ontwikkeld en gebruiken we soms best wel gekke woorden (termen).

Als je die voetbaltermen niet begrijpt, weet je dus ook niet wat er bedoeld wordt en wat je moet doen. Zo kan een trainer bijvoorbeeld tegen je zeggen: “Je staat op elf” en als je dat dan niet begrijpt en hij zegt “je bent linksbuiten” gaat hij er vanuit dat je dan genoeg weet. Maar zo vanzelfsprekend als het voor de trainer is, hoeft het voor jou helemaal niet te zijn en daar hoef je je ook niet voor te schamen. Hij loopt misschien al heel wat jaartjes in het voetbalwereldje rond en jij komt als O11-pupil eigenlijk nog maar net kijken in die wondere wereld die voetbal heet.

Dus de belangrijkste les die je hieruit moet leren is; als je iets niet begrijpt, vraag het dan! En let op, een vraag stellen is nooit dom. Iets niet vragen als je het niet begrijpt is wel dom!!!
Enkele voetbaltermen zullen we hieronder al vast neerzetten. En dit zijn er slechts een paar want er komen telkens steeds weer nieuwe voetbaltermen bij. Denk maar eens aan de voetbalterm “Schwalbe” die we van onze Duitse buren hebben overgenomen als een speler een “nepval” maakt.  Of de welbekende voetbalterm “Panna” waarbij een voetballer met een schijnbeweging de bal tussen de benen van de tegenstander door poort. De belangrijkste voorwaarde voor een geslaagde "Panna" is dat de poortende speler zelf balbezit houdt na zijn beweging. In het straatvoetbal, dat grotendeels draait om dit soort schijnbewegingen, worden Panna's veel gebruikt om de tegenstanders uit te spelen.

 

3.2 Echte voetbaltermen

Hieronder volgt een opsomming van enkele voetbaltermen zoals:

Diep
gaan: In richting van het doel van de tegenstander lopen

Diep spelen: De bal
in de richting van het doel van de tegenstander spelen

Breed gaan: Naar de zijkant of in de breedte richting van het veld lopen.

Breed spelen: De bal naar de zijkant of in de breedte richting van het veld spelen.

Let op! Je kunt de bal dus breed en diep spelen maar je kunt dus ook breed en diep lopen.

As van het veld: Lengte as van het veld waar nummers 3, 4, 10 en 9 spelen. Teken in gedachte een lijn van penalty-stip naar de andere penalty-stip en je hebt de as.

Knijpen: Naar de as lopen als de bal aan de andere kant van het veld is (verdedigende term).

Coachen: De trainer coacht natuurlijk maar ook spelers kunnen (nee :moeten!) elkaar coachen en dan bedoelen we dat ze in de wedstrijd praten met elkaar, dus elkaar helpen.

Groot maken: Ver uit elkaar spelen, om meer ruimte voor de aanval te krijgen. Hoe verder de spelers uit elkaar staan, hoe meer ruimte er is, hoe makkelijker het voetballen wordt.

Klein maken : Dicht bij elkaar spelen, zodat het verdedigen makkelijker wordt. Hierdoor is er heel weinig ruimte voor de tegenstander om te voetballen.

Pass: Het spelen van de bal (naar een medespeler).

Rust: Tussen de 1e en de 2e helft hebben we natuurlijk rust, maar als dit wordt geroepen door de trainer of medespelers betekent het vaak dat je de tijd hebt en niet gehaast moet spelen.

Naar binnen: Richting het midden van het veld lopen om het veld klein te maken.

Naar buiten: Richting de zijlijn van het veld lopen om ruimte te maken (wanneer jouw ploeg de bal heeft)

Dit waren dus een paar echte voetbaltermen. Maar als je een andere voetbalterm hoort en je weet niet wat het betekent, vraag het dan metaan aan je trainer of aan iemand anders die het misschien wel weet.


4 Spelregel wijzigingen

 

4.1 Algemeen

Bij de overgang van de O9-pupillen naar de O11-pupillen komen ook een aantal spelregelwijzigingen om de hoek kijken. Eigenlijk is het een grote stap voorwaarts, naar het hele echte voetbal. Dus, nu gaan we spelen op een groot veld, met echt buitenspel, keepers die de bal na een terugspeelbal niet meer in hun handen mogen pakken, etc.

Hier zetten we in het kort de belangrijkste wijzigingen op een rijtje. In het volgende hoofdstuk gaan we uitgebreid in op “buitenspel”, een van de interessantste, maar ook moeilijkste spelregels van het voetbal! En dat geldt niet alleen voor de spelers en de scheidsrechters, maar ook voor de toeschouwers (dus laat dat hoofdstuk zeker ook door je ouders lezen!). Enne…scheids- en grensrechters hebben altijd gelijk, dus ook met buitenspel (ook al hebben ze dat soms niet)!

 

4.2 Wat zijn de wijzigingen?

Aantal spelers in het veld: 11 per team

Speelveld: Normale grootte

Duur wedstrijden: 2 maal 30 minuten

Buitenspel: ja

Indirecte vrije trappen: ja (in de O9 hebben we alleen maar directe vrije trappen (waaruit dus meteen gescoord mag worden zonder dat een andere medespeler de bal eerst heeft moeten aanraken)).

Spelhervatting keeper: Vanaf de rand van het 16 meter gebied

Wisselspelers: onbeperkt

Straffen: 5 minutenregeling

Terugspelen op de keeper?: Een keeper mag een terugspeelbal niet meer in de handen pakken m.u.v. een kopbal. Ook bij een ingooi naar de keeper mag hij de bal niet meer in de handen pakken!

6 seconderegeling keeper: ja (binnen 6 seconden moet de keeper, nadat hij de bal heeft opgepakt of gevangen,  de bal weer wegtrappen of gooien. Met wat moeilijkere woorden zeggen we dan dat de keeper binnen 6 seconden de bal weer in het spel moet brengen).

Aanvoerder: ja

Grensrechters: ja

Uitzonderingen: Geen hele corners. Corners worden halverwege de cornervlag genomen.

 

5 Buitenspel

 

5.1 Grondregel buitenspel

Een speler staat buitenspel als hij dichter bij de doellijn van de tegenpartij is dan de bal.

Op deze grondregel zijn 3 uitzonderingen:

1 - Het is nooit buitenspel als een speler op zijn eigen speelhelft staat;
2 - Het is nooit buitenspel als een speler gelijkstaat met de voorlaatste tegenstander
3 - Het is nooit buitenspel als een speler gelijkstaat met de laatste 2 tegenstanders

Als er sprake is van strafbaar buitenspel, onderbreekt de scheidsrechter het spel en laat hij een speler van de andere partij een indirecte vrije trap nemen. Tot het moment waarop de indirecte vrije trap genomen is, houdt de scheidsrechter een arm omhoog. Hij houdt de arm omhoog, tot het moment waarop de bal door een andere speler (tegenpartij of teamgenoot) wordt aangeraakt of tot het moment waarop de bal het speelveld verlaat.

Onthoudt dus dat als je gelijk staat met de voorlaatste tegenstander je nooit buitenspel kunt staan!!


5.2 Strafbaar en niet-strafbaar buitenspel

a. Men onderscheidt strafbaar en niet-strafbaar buitenspel.

Een speler wordt alleen voor zijn buitenspelpositie bestraft indien hij, op het moment dat de bal wordt geraakt of gespeeld door een medespeler, naar het oordeel van de scheidsrechter, actief bij het spel is betrokken door:
1 - in te grijpen in het spel of
2 - een tegenstander in diens spel te beïnvloeden of
3 - voordeel te trekken uit zijn buitenspelpositie.

b. Het moment waarop de scheidsrechter de situatie van een aanvaller beoordeelt is, dus het moment waarop één van zijn medespelers de bal speelt of aanraakt en dus NIET het moment waarop de aanvaller de bal ontvangt.

Een speler kan geen buitenspel staan indien hij de bal ontvangt uit een corner.

Een speler die de bal ontvangt uit een doeltrap, kan geen buitenspel staan.

Ook uit een ingooi kun je NOOIT buitenspel staan.

Wanneer een speler buitenspel staat maar niet meedoet aan het spel, staat hij niet strafbaar buitenspel.

Verdedigers kunnen een aanvaller buitenspel zetten door naar voren te lopen voordat de

bal gespeeld wordt.

 

6 Belangrijke punten voor goed voetbal

Hierna hebben we een aantal belangrijke punten neergezet die voor alle spelers van het team gelden. Dit is misschien best wel moeilijk om in één keer te begrijpen, maar misschien kan je gewoon eens een punt bespreken met je trainer, leider, vader, moeder, opa, oom, etc. Praten over voetbal is immers toch ook al heel mooi en als je het ook nog gaat begrijpen en gaat laten zien op het veld dat je het begrijpt en ook nog goed kan uitvoeren met de nodige technische hoogstandjes !!! Tja… dan word jij misschien wel de nieuwe ster van het Nederlandse voetbal en zijn wij blij dat we je een beetje op weg hebben geholpen.

Voetbal voor je plezier

Voetbal is een spel dat je speelt voor je plezier. Lol is van groot belang bij het spel voetbal, winnen komt eigenlijk op de 2e plaats, maar die wil moet wel aanwezig zijn.

Denk in teamverband, steun elkaar en maak elkaar vooral sterk

Jeugdspelers hebben vaak de neiging om heel individueel gericht te denken en te handelen. Voetbal is een teamsport en alleen dankzij je medespelers kun je een optimaal resultaat bereiken en je volledig ontwikkelen. Je moet dus steeds het team-element in de gaten houden. Ook een talentvolle speler moet leren dat als hij op een dag niet in vorm is, hij bereid moet zijn om voor minder talentvolle spelers te werken. Zij zullen dat namelijk op hun beurt ook voor hem doen als hij wel weer in vorm is.

Straal eerlijkheid, lef en overtuiging uit

Laat nooit merken dat je twijfelt of aangeslagen bent, want juist dat maakt je erg kwetsbaar. Als je je snel laat aftroeven, zowel fysiek als verbaal, sta je eigenlijk al met 1-0 achter zonder te voetballen.

Accepteer een beslissing van de scheidsrechter

Bij twijfelachtige beslissingen van de scheidsrechter moet je leren je energie en emoties op een goede manier te gebruiken. Een scheidsrechter neemt een twijfelachtige beslissing nooit terug. Leer ook je emoties te beheersen naar de directe tegenstander. Dikwijls wordt het onjuist veroveren van een bal gezien als een twijfelachtige beslissing, verover een bal zonder overtreding. Fel maar wel correct!!

Speel in een organisatie en houd deze aan

Het is belangrijk, dat steeds alle posities in het veld goed bezet zijn. Reageer steeds vanuit je taak en posities. B.v. een vleugelverdediger mag gerust aanvallen, maar hij mag zijn verdedigende taak nooit vergeten (zelfs niet tegen een veel zwakkere tegenstander). Tegen een zwakkere tegenstander is het juist erg belangrijk de organisatie te blijven handhaven.

Laat je medespeler zien wat je van plan bent

Veel balverlies heeft als oorzaak dat spelers niet van elkaar weten wat ze willen. Het is belangrijk om je medespeler te laten weten wat je van plan bent door woord en gebaar. Maar natuurlijk ook als je een seizoen met elkaar speelt, dan leer je namelijk ook een beetje je medespelers kennen. Ook de manier van aanspelen kan bepalend zijn voor wat een medespeler met de bal kan doen. Als je hem goed aanspeelt, heeft je medespeler ook weer meer tijd om er iets goed mee te doen. Bij een slecht aangespeelde bal duurt het langer om de bal onder controle te krijgen en dus kan de voortzetting ook slechter uitpakken. Vaak krijgt dan de laatste speler de schuld van bijvoorbeeld het balverlies, maar het is juist de speler die net daarvoor de slechte pass gaf die men iets kan verwijten.

Het speltempo in een wedstrijd niet aanpassen aan een tegenstander

In de opbouw is balbezit behouden belangrijker dan een hoog tempo van balcirculatie. Dat vervolgens de voortzetting, na bijvoorbeeld een pass in de diepte, wel weer een hoog tempo vereist is iets anders. Balbezit behouden is zeer belangrijk, want zolang je als team de bal hebt kun jezelf wel scoren en de tegenstander niet. Laat een team zelf zoeken naar de momenten waarop het tempo laag gehouden moet worden en wanneer er versneld moet worden, dat zijn meestal de beste leermomenten voor de spelers.

Elkaar coachen is erg belangrijk

Spelers moeten leren dat zij situaties in een wedstrijd veel beter en sneller kunnen oplossen als zij elkaar goed coachen. Dit is een moeilijk onderdeel omdat situaties zich tijdens een wedstrijd soms snel opvolgen. We gebruiken daarom uniforme termen als het gaat om coachen zoals: "tijd", "in de rug", "kaats", "hou vast", "los" (voor de doelverdediger naar zijn verdedigers toe), "weg". Ook deze termen moeten dus wel voor iedereen duidelijk zijn en ook hiervoor geldt weer, vraag het als iets niet duidelijk is of spreek met je teamgenoten af hoe jullie elkaar coachen. Doe dit ook op de training in partijtjes want dan wordt het steeds normaler. Wel altijd positief coachen tegen elkaar. Wie er coacht is afhankelijk van waar de bal zich bevindt en of wij in balbezit zijn of de bal moeten veroveren. Hou de volgende afspraken aan:

1) bij balbezit zullen de spelers voor de bal moeten coachen (om balbezit te houden).

2) bij balverlies zullen de spelers achter de bal moeten coachen (om te voorkomen dat de tegenstander tot scoren kan komen en om ervoor te zorgen dat het team opnieuw in balbezit kan komen).

Gebruik de ruimte van het veld

Duidelijk is dat bij balverlies de ruimte waar de bal is of komt zo klein mogelijk moet worden gehouden, terwijl bij balbezit je ervoor moet zorgen het speelveld breed te houden, om voldoende ruimte voor het handelen te krijgen. De posities van de jeugdspelers dienen bij balverlies dicht bij elkaar te zijn terwijl bij balbezit deze juist groter moeten zijn. Verplaats het spel, als de ruimte aan de ene kant van het speelveld erg klein wordt en de tegenstander fel verdedigt, naar de andere kant van het speelveld. Probeer zo snel mogelijk, dus met zo min mogelijk tussenstations, de bal aan de andere kant van het veld te laten komen. Speel de bal, als het kan, in de lengterichting van het veld. indien dat niet mogelijk is, probeer dan in balbezit te blijven om ergens anders een "opening" te zoeken.
In veel jeugdelftallen zie je de vrije verdediger vaak in balbezit komen. Vaak speelt hij dan de bal breed op een vrijstaande vleugelverdediger. Is dit altijd juist? Dat is niet altijd juist als er bijvoorbeeld in de diepte ook een afspeelmogelijkheid is. Is die er niet dan dient er gekozen te worden voor het behoud van de bal (balbezit) door bijvoorbeeld een bal breed naar een vrijstaande vleugelverdediger te spelen. In de lengterichting spelen levert echter voor de tegenstander de meeste problemen op. Je hoeft natuurlijk niet direct te kiezen voor een lange dieptepass omdat je ook met een pass over een kleine afstand (15-20 mtr) in de lengterichting terreinwinst boekt. Staat een speler "vrij" dan mag hij eigenlijk nooit de oplossing in de breedte zoeken, hoe verleidelijk dat ook is. De middenvelders moeten daarom steeds in beweging zijn, in de lengte of breedte lopen en ervoor zorgen dat ze op het juiste moment vrijlopen. Een pass in de breedte van het speelveld mag nooit balverlies opleveren, omdat dan meestal twee of drie medespelers in de problemen komen, omdat ze dan te vroeg voor de bal c.q. hun medespeler zijn.

 

Let op de onderlinge afstanden

Binnen de jeugd bestaat de neiging om te dicht op elkaar te spelen waardoor de kans op balverlies aanzienlijk wordt vergroot. Soms is het belangrijker om een aantal stappen achteruit te doen dan vooruit.

 

Let op de veld- en weersomstandigheden

Ga bijvoorbeeld niet opbouwen op een erbarmelijk slecht veld, maar speel dan een lange bal op de spits of op de vleugelspelers, die zich daarvoor dan wel dienen vrij te lopen.

 

Werk aan zelfkritiek

Spelers die in een selectieteam spelen zijn goede spelers. Echter, ook zij hebben uiteraard nog hun tekortkomingen. Zelfs Christiano Ronaldo en Messi hebben die nog steeds! Sta dan ook altijd open voor opbouwende kritiek en probeer daar van te leren. Vraag jezelf af wat goed gaat maar ook wat minder goed gaat, en stel jezelf dan de vraag wat je er aan kunt doen om nog beter te worden.

 

7 Slotwoord

Wij hopen dat we jullie met deze uitleg een beetje op weg hebben kunnen helpen om straks als O11-pupil te gaan voetballen of misschien al voetbalt maar dit allemaal nog niet had gehoord. We hebben natuurlijk maar een heel klein beetje kunnen vertellen en waarschijnlijk heb je nog best veel meer vragen. En als je vragen hebt dan moet je die gewoon altijd aan iemand stellen. En aan wie kun je die vragen dan stellen? Die vragen kun je natuurlijk aan een heleboel mensen bij Marvilde stellen zoals bijvoorbeeld aan jouw trainer(s) of aan de begeleider(s) van jouw team / elftal. 

Wij wensen je in ieder geval nog heel veel jaren voetbalplezier toe!

 

8 BRONNEN

Voor dit bestand is gebruik gemaakt van de volgende documenten:

- O11-pupillen, zo doe je dat! Opleiding O11-pupillentrainer.
- Technisch Jeugd Beleidsplan s.v. Marvilde


JoomlaWatch Stats 1.2.8_04-dev by Matej Koval